CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering omgevingsplanwijziging bodem Alblasserdam.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 30 september 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 7: Vaststelling wijziging 'Omgevingsplan gemeente Alblasserdam' op thema bodemkwaliteit - Voorstel15.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Motivering bij het besluit wijziging omgevingsplan op thema bodemkwaliteit Gemeente Alblasserdam 1. Inleiding De wijziging van het omgevingsplan Alblasserdam op het thema bodemkwaliteit is nodig om de volgende redenen: • Omissies in de Omgevingswet oplossen, o.a. in het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) en de bruidsschat • Overzetten bodembeleid vanuit regionale bodembeheernota naar omgevingsplan; • Aanvullend bodembeleid dat aansluit bij de kenmerken en ontwikkelingen in het gebied Wegens het voorbereidingsbesluit met voorbeschermingsregels die de gemeente op 19 december 2023 heeft vastgesteld, is de gemeente genoodzaakt om het omgevingsplan binnen 1,5 jaar te wijzigen. De voorbeschermingsregels waren nodig om de hiaten van de Omgevingswet op te lossen. Hierdoor kon de gemeente voorkomen dat er bodemactiviteiten verricht konden worden die schadelijk zijn voor mens en natuur.

2. Doel van wijziging van het omgevingsplan De doelen die nagestreefd worden zijn de doelen die beschreven staan in de omgevingsvisie van Alblasserdam, vastgesteld op 24 september 2024. Hierbij streeft de gemeente naar gezonde en veilige leefomgeving die nog steeds nieuwe activiteiten mogelijk maakt. Het doel is om een balans te zoeken en het garanderen van zo'n een gezonde en veilige leefomgeving en de ruimte laten om nieuwe activiteiten en projecten toe te staan. 3. Oogmerken Hieronder zijn de oogmerken beschreven ten aanzien van de omgevingsplanwijzing bodemregels. Deze oogmerken sluiten aan bij de oogmerken van de Omgevingswet. a. Het waarborgen van de veiligheid; b. Het beschermen van de gezondheid; c. Het beschermen van het milieu en ecologie; d. Het zuinig gebruik van energie en grondstoffen; en e. Een doelmatig beheer van afvalstoffen. In de omgevingsvisie zijn meerdere redenen beschreven die ervoor zorgen dat de nieuwe bodemregels nodig zijn.

4. Motivering aan de hand van thema's 4.1 Gezondheid De gemeente wil mensen zo min mogelijk blootstellen aan negatieve milieueffecten. Dit doet de gemeente bijvoorbeeld door strengere normen voor lood en PFOA, binnenplanse vergunningsplicht op thermisch gereinigde grond en bij sanering verplicht verwijderen van vluchtige stoffen. PFOA Onder de Omgevingswet zijn maatregelen voor verontreinigde grond alleen verplicht als de verontreinigende stof op de stoffenlijst in het Besluit activiteiten leefomgeving staat. PFOA staat hier niet op de stoffenlijst. In het omgevingsplan zijn de regels vanuit het voorbereidingsbesluit over het graven overgenomen. Dit betekent dat bij graafwerkzaamheden ook (Rijks) regels gelden ten aanzien van PFOA-houdende grond. Voor hergebruik van grond binnen de regio zijn nieuwe normen opgenomen. Deze bieden meer ruimte dan het landelijke beleid, maar zijn strenger dan de oude normen uit 2018. De normen zijn gebaseerd op de adviezen van het RIVM en regionaal onderzoek. De normen gelden bijvoorbeeld bij het ophogen van een perceel (toepassen van grond). Er is ook maatwerk mogelijk. Dat betekent dat in bepaalde situaties afgeweken kan worden van de normen. Hiervoor zijn randvoorwaarden opgesteld. Een van de voorwaarden is dat de locatie waar grond wordt hergebruikt nooit vuiler mag worden en het hergebruik nooit mag leiden tot gezondheidsrisico’s.

Voor het saneren bij bouw is een strengere norm opgenomen dan vorig jaar landelijk was vastgesteld. Dit omdat het RIVM in haar advies aangaf dat de norm strenger moet zijn omdat iedereen in Nederland al blootgesteld wordt aan PFAS. De norm

1

geldt bijvoorbeeld bij het bouwen van een nieuwe woning. Het bevoegd gezag krijgt ook de ruimte om in te grijpen bij het bouwen op verontreinigde grond wanneer een stof niet op de landelijke stoffenlijst staat. Hiermee probeert de gemeente de gezondheid te beschermen en de bescherming te houden van de voormalige wetgeving Lood Strengere norm voor lood, gebaseerd op adviezen van het RIVM, de GGD (gemeentelijke gezondheidsdienst) en de provincie. Dit resulteert in regels met een strengere norm voor het toepassen van grond (afkomstig van binnen en buiten onze regio) in woonwijken en volkstuinen. Bij de oude normen worden de gebruiksfunctie en de bodemkwaliteit optimaal op elkaar afgestemd wat een negatief effect kan hebben op de volksgezondheid. Door strengere normen kunnen wij de volksgezondheid en in het bijzonder de gezondheid van kinderen beter beschermen. Vluchtige stoffen Onder de Omgevingswet hoeft bij sanering van de bodem een vluchtige stof niet te worden verwijderd en kan deze uitdampen naar de binnenlucht. Deze uitdamping kan gezondheidsschade opleveren. In de bodemregels staat dat deze stoffen wel moeten worden verwijderd als er wordt gesaneerd. Hierbij is een leeflaag niet goed genoeg omdat de vluchtige stof nog steeds kan uitdampen.

Doormiddel van deze verplichting bij saneren beoogt de gemeente gezondheidsschade door blootstelling aan vluchtige stoffen te voorkomen. Onder de oude wetgeving (voor 2024) werd de stof ook altijd zo goed mogelijk verwijderd. Thermisch gereinigde grond Er is gekozen voor een binnenplanse vergunningsplicht voor toepassen van thermisch gereinigde grond. Dit is veranderd ten opzichte van het voorbereidingsbesluit. Door een binnenplanse vergunningsplicht kan de toepassing vooraf beoordeeld worden om zo risico’s op gezondheid en voor milieu te minimaliseren. Een verbod was uiteindelijk een te zwaar instrument. In bijlage 4 en 5 zal er meer worden toegelicht waarom er uiteindelijk voor een binnenplanse vergunning is gekozen. Secundaire bouwstoffen Het gebruik van secundaire bouwstoffen en thermisch gereinigde grond is onvoldoende gereguleerd. Het gaat dan zowel om thermisch en chemisch bewerkte bouwstoffen, zoals grondstabilisatie/immobilisaten, AVI-bodemassen en metaalslakken. In de praktijk vinden incidenten plaats bij het toepassen van bouwstoffen. Deze incidenten veroorzaken onder andere verontreiniging van de bodem, grondwater en/of oppervlaktewater. Daarnaast is er de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar het toepassen en de gezondheidsrisico’s van de bouwstoffen en naar de regels die hierbij gelden.

De onderzoeksrapporten geven een zorgelijk beeld over de vrije toepasbaarheid van deze bouwstoffen en over de geldende regels, want die schieten tekort. Bovenstaande leidt tot de conclusie dat de huidige landelijke regels voor het toepassen van AVI-bodemassen, grondstabilisatie, metaalslakken, immobilisaten en thermisch gereinigde grond onvoldoende bescherming bieden om verontreiniging van bodem, grondwater en/of oppervlaktewater te voorkomen. Om de gezondheid en het milieu te beschermen kiest de gemeente ervoor om een binnenplanse vergunningsplicht op te leggen. Door een binnenplanse vergunningsplicht kan de toepassing vooraf beoordeeld worden om zo risico’s op gezondheid en milieu te minimaliseren. Bij de ter inzagelegging was er sprake van verbod op het gebruik van deze bouwstoffen. Dit was uiteindelijk een te zwaar instrument. In bijlage 4 en 5 zullen de redenen voor de regulatie op deze bouwstoffen en afwegingen om voor binnenplanse vergunningsplicht te gaan. Opslag van grond Voor de opslag van grond en baggerspecies zijn extra regels opgesteld buiten de BAL ter bescherming van de gezondheid. Deze geven indien nodig het bevoegde gezag de ruimte om aanvullende bodembeschermende voorzieningen voor te schrijven. Niet afgeschermde depots zijn namelijk een risico voor bijvoorbeeld spelende kinderen maar ook voor illegale bijstorting.

2

4.2 Milieu en ecologie In de omgevingsvisie van de gemeente staat dat wij zorgen dat veel verschillende soorten planten en dieren goede leefomstandigheden vinden in ons dorp. Hierom heeft de gemeente ervoor gekozen om bij wegbermen, buiten de bebouwde kom, alleen grond geclassificeerd als wonen of schoner toe te passen. Hierdoor kunnen we zorgen voor veel verschillende soorten planten en dieren in wegbermen. Verder is de gemeente explicieter geweest over zuurgraad(PH) en het zoutgehalte in grond die wordt toegepast. Deze moet aansluiten bij wat in de regio normaal is. Zo beoogt de gemeente de bescherming van de milieu en ecologie. Het is namelijk voor ecologie belangrijk dat de zuurgraad en zoutgehalte niet verandert. 4.3 Duurzaam gebruik van grondstoffen Maatwerk PFOA Uit de omgevingsvisie komt de wens om een circulaire economie te stimuleren. De gemeente geeft ruimte om maatwerk toe te passen rondom PFOA zoals 4.1 is uitgelegd. Hiermee kan de circulariteit worden gestimuleerd zonder dat dit gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. In dit maatwerk is de randvoorwaarde gezet dat de locatie waar de grond wordt hergebruikt nooit vuiler mag worden. Industrieterreinen Verder geven wij meer ruimte op industrieterreinen voor het hergebruik van grond. Hierop mag kwaliteitsklasse 'industrie' worden toegepast.

Hiermee is er meer ruimte voor het hergebruiken van grond zonder dat hier gezondheidsrisico's of risico's voor de bodemkwaliteit aan zitten. Dit beleid is overgenomen uit de regionale bodembeheernota. Verder zijn soepelere normen opgenomen wanneer er een leeflaag moet worden aangelegd op een industrieterrein. De standaard was 1 meter en in het omgevingsplan staat dat ook 0.5 meter zou kunnen. Hiermee wordt de blootstelling aan de verontreiniging voldoende beperkt. 4.4 Nikkel De normen voor nikkel zijn bij hergebruik van grond nikkel verruimd. Deze verruiming heeft geen gevolgen voor de gezondheid en zijn nodig om meer activiteiten mogelijk te maken binnen de regio. Nikkel komt namelijk in een licht verhoogd gehalte voor in de regio Zuid-Holland Zuid. 4.5 Kleinschalig graven Er is gekozen om kleinschalig graven (onder 25m3) niet meldingsplichtig te maken. Omdat kleine graafwerkzaamheden weinig impact hebben op het milieu worden deze regels niet overgenomen van de bruidsschat van het Rijk en hoeven kleine graafwerkzaamheden niet meer te worden gemeld. 5.

Beschrijving wijzigingen omgevingsplan bodemkwaliteit Deze wijziging omgevingsplan voor het thema bodemkwaliteit heeft betrekking op de volgende set met regels die toegevoegd wordt aan het omgevingsplan Alblasserdam • Regels voor het toepassen en opslaan van grond en baggerspecie; • Regels voor het toepassen van bouwstoffen; • Regels voor het graven in de bodem; • Regels voor het saneren van de bodem en nazorg; • Regels voor het bouwen op verontreinigde grond; • Overnemen van bruidsschatregels; • Opvolgen instructies uit het Bkl en de provinciale omgevingsverordening; (zie voor de toelichting paragraaf 1.6) • Maatwerkregels in aanvulling op de regels in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Dit zijn zowel beleidsneutrale omzettingen en het overnemen van de instructieregels als daar waar beleidsvrijheid is een maatwerkinvulling. 6. Participatie 6.1 Context

3

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De gemeente heeft nu van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit de op dit moment geldende bestemmingsplannen en gedecentraliseerde rijksregels (de bruidsschat). Binnen de transitie zullen meerdere milieuonderwerpen worden door vertaald van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het permanente deel van het omgevingsplan. De gemeente zal starten met de wijziging over de bodemregels. Door middel van deze kennisgeving voornemen wijziging bodemregels is het proces gestart om de bodemregels te veranderen en het participatieproces voor het beleid hergebruik PFAShoudende grond gestart. 6.2 Bodemregels Als gemeente willen wij zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving, waarbij het gebruik en de bescherming van de bodem en de ondergrond in balans zijn. Hiervoor is goed bodembeleid nodig. Elke gemeente moet voor 2032 aan de instructies van het rijk voldoen en de bruidsschatregels hebben overgeheveld naar het omgevingsplan. Ditzelfde geldt ook voor bodem. Daarnaast is er ruimte voor lokaal beleid en lokale regels voor het thema bodem. Vanuit de praktijk en kenmerken van het gebied van Zuid-Holland Zuid is lokaal beleid nodig, bijvoorbeeld voor PFAS en lood.

De Omgevingsdienst Zuid- Holland Zuid (hierna OZHZ) heeft samen met regiogemeenten en de gemeente Alblasserdam concept bodemregels opgesteld. Doordat de gemeente in december 2023 voorbeschermingsregels bodem heeft ingesteld, heeft de gemeente 1,5 jaar om deze regels om te zetten naar het omgevingsplan. 6.3 PFAS-houdende grond In de regio Zuid-Holland Zuid komt een omvangrijke diffuse bodemverontreiniging met PFOA (PerFluorOctaanZuur) voor, met concentraties die aanzienlijk hoger zijn dan de landelijke achtergrondwaarde. PFOA is één van de leden van de stoffenfamilie PFAS (poly en perfluoralkylstoffen). In 2021 heeft de rijksoverheid landelijke normen voor het toepassen (hergebruik) van PFAS-houdende grond opgesteld ("Handelingskader PFAS 2021"). De in Zuid-Holland Zuid gemeten concentraties aan PFOA in de grond zijn vaak hoger dan de normwaarden voor wonen/industrie uit het Handelingskader PFAS 2021. Dit houdt in dat volgens de regels uit het Handelingskader PFAS 2021 een groot deel van de grond en de baggerspecie in Zuid-Holland Zuid bij vrijkomen niet zou kunnen worden hergebruikt. Deze grond en baggerspecie moet dan worden gestort of gereinigd. Dit zou leiden tot zeer hoge projectkosten voor projectontwikkelaars, aannemers, particulieren en overheden, of tot stagnatie van maatschappelijk wenselijke ontwikkelingen.

Het voorgestelde beleid hergebruik PFAS-houdende grond en bagger Zuid-Holland Zuid is een doorwerking van het beleid ("Herziene handreiking toepassing van PFOA-houdende grond ZuidHolland Zuid" van 13 juni 2018). Het voorgestelde beleid is door een samenwerking van OZHZ en Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ (hierna GGD) opgesteld. 6.4 Wie doen er mee? De gemeente heeft verschillende belangengroepen betrokken tijdens de participatie. De gemeente heeft inwoners, moestuinenvereniging en ondernemers geïnformeerd via de website en het Klaroen (lokale krant). Commerciële organisaties die direct geraakt worden door de bodemregels zoals aannemers, bouw- en grondverzetbedrijven en kabels- en leidingenbedrijven zijn specifiek aangeschreven tijdens het participatietraject. De vooroverlegpartners, Rijkswaterstaat, waterschappen, GGD, DCMR, Provincie Zuid-Holland, Evides, Oasen, Prorail, Gasunie, Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en TenneT,zijn actief gevraagd om hun inbreng omdat het hun werkzaamheden raakt. 6.5 Hoe is er geparticipeerd en hoe hebben wij invulling gegeven aan het participatiebeleid? De gemeente heeft op verschillende manieren geparticipeerd. Inwoners, ondernemers en moestuinenverenigingen zijn geïnformeerd via de website en de lokale krant, het Klaroen. Regiobreed is er een informatieavond geweest voor commerciële organisaties direct betrokken met bodemregels.

4

Verder zijn de overlegpartners, in het kader van vooroverleg, gevraagd om input te leveren en vragen te stellen. Indien wenselijk of noodzakelijk zijn hiermee ook overleggen ingepland. A. Informatieavond plus verslag In oktober is er een informatieavond georganiseerd voor commerciële organisaties, die direct betrokken zijn met bodemregels. Deze werd op 16 oktober 2024 gehouden in Lockhorst in Sliedrecht. Hierbij waren de commerciële organisaties uitgenodigd om vragen te stellen en opmerkingen te geven. Deze vragen zijn beantwoord tijdens de avond of, indien noodzakelijk, per mail beantwoord. Voor deze informatieavond waren ook bedrijven binnen de gemeente Alblasserdam uitgenodigd. Of deze bedrijven ook bij de informatieavond aanwezig waren is niet bekend bij de gemeente. De avond verliep goed waarbij veel vragen zijn gesteld. Het verslag hiervan is uitgewerkt en wordt als bijlage 1 bij dit verslag toegevoegd. B. Gemeentewebsite De gemeente heeft de samenvatting van de bodemregels en veelgestelde vragen over PFAShoudende grond gepubliceerd op de website. Verder stond ook een laagdrempelige informatievideo op de website, gemaakt door de OZHZ. De publicatie is aangekondigd in de lokale krant het Klaroen. In het artikel van het Klaroen is in het kort aangegeven waar de regels over gingen en werden eventuele opmerkingen en het stellen van vragen door de gemeente aangemoedigd.

Bedrijven die zich bezighouden in de bodem, zijn via de mail nog één keer aangespoord om hun stem te laten horen als zij een opmerking(en) hadden. De belanghebbende konden van 14 t/m 28 november opmerkingen geven over de bodemregels. Vragen konden daarna nog steeds worden gesteld. Uiteindelijk zijn er geen reacties bij de gemeente binnengekomen op de bodemregels en PFAShoudende grond. C. Vooroverleg met partners De gemeente Dordrecht en de OZHZ hebben een leidende rol genomen in het opzetten van de vooroverleggen met de overlegpartners. Deze partners zijn publieke organisaties die in hun werkzaamheden kunnen worden geraakt door de nieuwe regels of effecten van de bodemregels. Hier kan onder andere worden gedacht aan drinkwaterbedrijven, andere omgevingsdiensten, de provincie of de waterschappen rivierlanden en Hollandse Delta. In sommige gevallen zijn er opmerkingen en vragen gestuurd en in andere gevallen is er een gesprek opgezet. De gemeente heeft in lijn met het participatieplan beperkt geparticipeerd. De gemeente heeft beperkte mogelijkheden voor betrokkenheid of inspraak gegeven. Dit is gedaan in lijn met het participatiebeleid van de gemeente waarin is gekeken naar onder andere de invloed en hinder. De gemeente heeft duidelijk gekozen voor bepaalde trede op de participatieladder.

Verder sluit de uitwerking aan op de door het college van B&W vastgestelde het participatieplan over de bodemregels. 6.6 Opbrengsten De gemeente heeft op drie sporen geparticipeerd. Vanuit verschillende partijen zijn opmerkingen gekomen die zijn meegenomen in het proces. Deze opmerkingen en de uitkomst hiervan zijn terug te vinden in bijlagen. Vanuit inwoners en ondernemers van Alblasserdam zijn geen opmerkingen of vragen gekomen. Dit heeft dus ook niet tot nieuwe inzichten geleid. A. Bedrijven De informatieavond van 16 oktober 2024 heeft voor verduidelijking gezorgd bij de bedrijven. De avond heeft voor veel bedrijven extra duidelijkheid gegeven over de keuzes die zijn gemaakt en hoe dit in praktijk zal worden uitgevoerd. Hiermee zijn in de ogen van de gemeente ook soms zorgen weggehaald. B. Publieke partners De gesprekken en communicatie met de publieke partners hebben verschillende inzichten gegeven. Ten eerste heeft het verdere inzichten gegeven in waar de verschillende publieke partners tegenaan kunnen lopen door de nieuwe bodemregels. Ten tweede heeft het ook aan de partners meer

5

duidelijkheid gegeven hoe verschillende regels moeten worden geïnterpreteerd en hoe dit in de praktijk zal gaan werken. Dit heeft ook zorgen weggehaald bij de partners. De opmerkingen en de vragen die zijn gesteld zijn terug te vinden als bijlage 2 bij dit verslag. Ten derde zijn er aanpassingen geweest op de regels op basis van de feedback. De aanpassingen hadden zowel invloed op missende en dubbele artikelen als verdere aanscherping van artikelen.

6

Bijlage 1 Vragen en reacties informatiebijeenkomst bodemregels - 16 oktober 2024 Regionale bijeenkomst met bedrijven binnen de Drechtsteden gemeenten, Molenlanden, Hoeksche Waard en Gorinchem georganiseerd door de Omgevingsdienst Zuid- Holland Zuid (OZHZ) Vragen bij de inleiding Hoe zit het met de afstemming van regels tussen gemeenten, bijvoorbeeld bij buurregio’s als Vijfheerenlanden en Rijnmond? Elke gemeente is zelf verantwoordelijk voor de bodemregels in het omgevingsplan. Binnen de regio Zuid-Holland Zuid trekken de 10 gemeente samen op om tot gelijke regels te komen. Die regels kunnen afwijken van de regels in gemeenten buiten onze regio. Hoe moeten bodemonderzoeksgegevens worden aangeleverd? Bij het melden of informatie verstrekken in het omgevingsloket wordt ervoor gezorgd dat bijvoorbeeld een rapport van een partijkeuring kan worden toegevoegd. Bij het doen van een melding of informatieplicht komt deze vraag vanzelf langs. Vragen bij dia over toepassen grond/bagger en bouwstoffen: Is een kwaliteitscertificaat nodig bij menggranulaat? Als het wel nodig is, verzoek om net als voor grond/baggerspecie een certificaat voorbeeld te krijgen. Er moet een MHV-B (milieuhygiënische verklaring - bouwstoffen) aanwezig zijn ten tijde van toepassing. Hergebruik granulaat kan alleen met een partijkeuring.

Met de partijkeuring moet dan weer een MHV—B worden gemaakt (voorwaarden Regeling bodemkwaliteit 2022). Wij maken hiervoor geen lokale voorbeelden omdat er lokaal geen extra aandachtspunten zijn. De rijksvoorbeelden voor een MHV-B voorzien ook in de lokale behoefte. Is binnen de regio/10 gemeenten een verkennend bodemonderzoek nodig als je daar grond gaat toepassen? Dit is tenminste nodig om de kwaliteit aan te tonen. De milieuverklaring bodemkwaliteit mag dus niet zijn gebaseerd op enkel de bodemkwaliteitskaart. Dit moet altijd een bodemkwaliteitskaart plus een verkennend onderzoek zijn of een partijkeuring. Wat uiteraard ook mag is een productcertificaat of fabrikant-eigen-verklaring. Als AVI bodemas nu al is toegepast, is dat dan een probleem? Moet dit achteraf gemeld worden? Nee, het is al toegepast. Er is geen melding of onderzoek nodig. Pas als je een nieuwe toepassing doet en de regels zijn van kracht, dan moet je daaraan voldoen. Zijn de normen voor woonwijken anders? Ja, daar gelden enkele scherpere normen (percentage bodemvreemd materiaal, lood, asbest). De normen zijn veelal gekoppeld aan de functiekaart (uitzondering: volkstuinen en asbestgevoelige locaties). Moeten we chloride standaard in een onderzoek/keuring meenemen? Alleen als de grond hierop verdacht is, bijvoorbeeld als er zout op de weg is gestrooid.

We vragen niet om andere protocollen te hanteren dan de huidige onderzoeksprotocollen.

Is een bodemonderzoek voldoende om tussen Hendrik-Ido-Ambacht en Dordrecht grond te verzetten? Ja, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart (bodemkwaliteitskaart plus bodemonderzoek). Tenzij de locatie verdacht is en een partijkeuring verplicht is vanuit de onderzoeksprotocollen. Wegbermen raken toch vaak verontreinigd, waarom is de norm dan verlaagd?

7

De vervuiling blijkt in de praktijk mee te vallen. Het is om ecologische redenen beter en duurzamer als de grond kwaliteitsklasse wonen is. Over de regel van maximaal 5% bodemvreemd materiaal, kun je daaraan voldoen door te mengen en te middelen? Als je ontgraaft zal je partijen van verschillende kwaliteiten gescheiden moeten ontgraven en dus niet mengen. Je kunt dan de grond met weinig puin (<5%) in een woonwijk hergebruiken. De grond met veel puin mag niet in een woonwijk worden toegepast. Als grond niet gescheiden te ontgraven is, dan is mogelijk alle grond niet toepasbaar in een woonwijk. Hoe moet je de 5% bodemvreemd materiaal bepalen? Als het goed is wordt bij de keuring gekeken hoeveel puin erin zit - dat blijft een visuele waarneming van de veldwerker. Kun je in specifiek gevallen afwijken van de regels? Bij toepassen van grond kun je altijd maatwerk aanvragen(OZHZ is gemandateerd door gemeenten voor nemen van maatwerkbesluiten). Wil niet zeggen dat dit altijd slaagt, maar als het redelijk is kan dat. Er zijn wel legeskosten aan verbonden. Dit kun je ook voorbespreken. Vragen bij dia over graven in de bodem: Geldt het vervallen van de informatieplicht bij kleinschalig graven ook bij beschikte gevallen? Ja, als de gevallen niet spoedeisend zijn (geen risico's), anders geldt het overgangsrecht Wet bodembescherming.

Geldt dit ook voor leeflagen? Leeflagen zijn meestal schoon, maar als je daar doorheen gaat, moet je dat wel melden. Als een leeflaag wordt beschadigd moet deze herstelt worden (overgangsrecht Wet bodembescherming). Is maatwerk hetzelfde als een vergunning? Er zijn een aantal instrumenten die bevoegd gezag heeft - een maatwerkbesluit is wat vroeger een beschikking was. Je kan het zien als het verschil tussen een BUS-melding (standaard melding) en een saneringsplan (maatwerk) wat je indient voor een beschikking (maatwerk-besluit). Vragen bij dia saneren van de bodem: Mag je halfopen verharding toepassen als afdeklaag? Halfopen verharden wordt gezien als afdeklaag, daarvoor volstaat het doen van een melding. Voor welke locaties geldt de leeflaag van een halve meter dikte? Op bijvoorbeeld industrie- en bedrijventerreinen. Vragen bij dia bouwen van een gebouw: De saneringsdrempel voor lood wijzigt van 530 naar 370 mg/kgds. Wat betekent dit voor het onderzoek, moet dan aan die waarde getoetst worden? Als het onderzoek in het kader van een bouwvergunning wordt gedaan, dan moet aan de waarde van 370 mg/kgds getoetst worden. Als het onderzoek voor graafwerkzaamheden wordt gedaan, dan moet worden getoetst aan de interventiewaarde van 530 mg/kgds. Valt een bouwwerk geen gebouw zijnde hierbuiten? Ja, klopt. De eis geldt vanaf een bouwwerk van 50 m2 groot.

Moeten tuinen van woningbouwlocaties worden meegenomen in het onderzoek? Ja, onder de Omgevingswet is dat nu duidelijk, zowel het gebouw als de tuin eromheen moeten worden onderzocht. In het concept staat dat bij een bodemgevoelige locatie je de hele locatie moet onderzoeken - maar kan dat meer worden gespecificeerd?

8

Uit landelijke regels blijkt dat de bouwlocatie en het omliggende terrein moet worden onderzocht. Hoe ver het terrein eromheen moet worden onderzocht is onduidelijk. Die onduidelijkheid was er ook al op basis van de Wabo. Dit moet per situatie worden bekeken. Bij het bouwen van een kantine op een bedrijfsterrein, moet je dan het hele bedrijventerrein onderzoeken? De bodemgevoelige locatie moet worden onderzocht. Dat is volgens artikel 5.89h Bkl: Definitie bodemgevoelige locaties: a. de locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit; b. een onmiddellijk aan een gebouw als bedoeld onder a grenzende aaneengesloten tuin of een daaraan grenzend aaneengesloten terrein; of c. een onmiddellijk aan een op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit toegelaten woonschip of woonwagen grenzende tuin of grenzend terrein. Vragen bij dia over normen PFOA: Hoe zit het met uitspoeling van PFOAS bij toepassen van grond met PFOA op een perceel waar de grond al belast is met PFOA? Het klopt dat PFOA kan uitspoelen. De grond die wordt toegepast komt uit hetzelfde gebied, dus de vracht aan PFOA in het gebied zal niet veranderen, in totaal zal er dus niet meer uitspoeling zijn in het gebied.

Toepassen van grond met PFOA (boven de hergebruiksnorm) kan alleen met een maatwerkbesluit, dit besluit zal niet positief zijn als het in een omgeving is waar uitloging bezwaarlijk is. Maatwerk is ook afhankelijk van de functies in de directe omgeving, daarom kan het alleen op basis van een maatwerkbesluit waarin een afweging gemaakt wordt. Klopt het dat het alleen over PFOA gehad en geen ander PFAS-stoffen? Ons gebied is inderdaad hoofdzakelijk belast met PFOA. PFOS komt ook zeer licht verhoogd voor, maar niet noemenswaardig. Voor PFOS is de norm ook marginaal verruimt in zone B. Hebben jullie nog gekeken naar bijvoorbeeld GenX of andere PFAS-stoffen? Ja, alle PFAS zijn geanalyseerd (verwachtingskaart PFAS) en op basis daarvan zijn voor PFOA normen gesteld. GenX komt in zeer lage gehalten voor en er zijn geen lokale normen voor nodig (zie concept beleid hergebruik PFAS houdende grond). Hebben jullie gekeken naar het hergebruik van grond op percelen met functie landbouw/natuur dat door het aanscherpen van deze normen minder kansrijk wordt? Ja, maar in dat geval gaat gezondheid voor hergebruik van grond. We zijn ons ervan bewust dat je niet alle PFOA-houdende grond op basis van de algemene regels kwijt kan, daar is het maatwerkbeleid voor bedoeld. Dit biedt ruimte/mogelijkheden voor hergebruik van PFOA-houdende grond tot de INEV.

Oasen is bezig met uitbreiden van grondwaterbeschermingsgebieden, men verwacht daarvan knelpunten in de Alblasserwaard, ook voor het toepassen van baggerdepots. Gevoelsmatig gaat dit tegen duurzaamheid in, want je moet de grond ver gaan afvoeren omdat je het hier niet mag toepassen. Er wordt een probleem voorzien met grootschalig baggerwerk en het op de kant brengen van die bagger. Wat voor type onderzoek is er nodig voor de ontvangende bodem bij perceelsmatching? Tenminste een verkennend bodemonderzoek. Betekenen deze nieuwe regels dat nu in alle bodemonderzoeken PFOA moet worden meegenomen? Ja, als het verdacht is. Geldt dat voor hele zone B? Voor partijkeuringen is deze zone wel verdacht. Hoe werkt dat voor bouwwerkzaamheden en kabels en leidingen? Als je buiten de kernzone zit, wanneer neem je PFOA dan mee in een tijdelijke uitname?

9

Zie hieronder. Verdacht is niet duidelijk in de regels aangegeven? Wat is de kernzone? Wij sluiten aan bij het Besluit activiteiten leefomgeving, maar zijn ons ervan bewust dat dit besluit niet duidelijk is op dit punt. Hieronder staat hoe de Omgevingsdienst ZHZ hier mee om gaat. Als de locatie verdacht is op basis van een bron van PFAS, moet PFAS worden onderzocht. Bij een partijkeuring moet altijd PFAS worden meegenomen, alle grond is verdacht voor PFAS. Het is verstandig om altijd PFAS mee te nemen in een onderzoek (ivm afvoer van grond). Op onze verwachtingskaart hieronder komen in het gele gebied gehalten boven de hergebruiksnorm voor. Wij keuren graafmeldingen af als er geen PFOA is onderzocht en de locatie ligt in zone 15 of 17. Wij keuren onderzoek bij een omgevingsvergunning bouw af als geen PFOA is onderzocht en de locatie ligt in zone 15 of 17. In de toekomst is grondverzet binnen een locatie mogelijk onder bepaalde voorwaarden en op basis van een onderzoek en grondstromenplan. Als de locatie in het gele gebied ligt, dan is onderzoek op PFOA verplicht, omdat hier PFOA boven de hergebruiksnorm kan voorkomen en met grond met deze stof ook goed moet worden omgegaan. De onderstaande verwachtingskaart komt ook te staan op de website van OZHZ (staat er nu nog niet). Er loopt ook nog onderzoek, daardoor kunnen in de toekomst de contouren op kaart (een beetje) wijzigen.

Let op: de kaart is niet te gebruiken als bodemkwaliteitskaart, omdat PFOA heterogeen voorkomt. De kaart geeft enkel de verwachtte bodemkwaliteit aan.

10

Bodemverwachtingskaart PFOA Zuid-Holland Zuid

Hieronder staan de nog niet gepubliceerde, van provincie Zuid-Holland verkregen, data waarop de zones in de bovenstaande bodemverwachtingskaart zijn gebaseerd. Per zone staan eerst het aantal meetpunten, dan het gemiddelde gehalte in µg/kg ds en vervolgens de percentielen in µg/kg ds (P50P99) in die zone. Het 95e percentiel is bijvoorbeeld een getal zodanig dat 95% van de data kleiner is of eraan gelijk en 5% groter of eraan gelijk. Statistische kentallen PFOA in µg/kg.ds (gecorrigeerd)- Bovengrond 0-0,5 m aantal gemidp50 p70 p80 p90 zone nr. analyses delde

p95

p99

12

203*

1,6

1,2

1,9

2,4

3,2

4,4

8,8

13

37

0,9

0,9

1,3

1,4

1,4

1,7

2,2

14

69

2,7

1,6

3,7

4,6

6,5

8,4

11,3

15

72

5,5

4,6

6,2

8,4

12,1

13,5

21,3

16

18

2,9

2,5

3,8

4,1

4,9

6,5

9,1

17

171

16,8

11,3

18,2

22,1

34,0

45,0

112,9

* zone 12 is onderdeel van een grotere zone die grotendeels buiten de regio Zuid-Holland Zuid ligt. Onderhavig beleid geldt alleen voor het deel dat is gelegen in de regio Zuid Holland Zuid Vragen bij dia over normen lood: Lood wordt een stuk strenger, maar wanneer moet je saneren? De saneringsdrempel was voorheen de interventiewaarde van 530 mg/kg ds. Maar deze norm is achterhaald door het onderzoek en advies van het RIVM (2015 en 2017) en de GGD (2016). Uit hun

11

advies blijkt dat de norm onvoldoende bescherming biedt voor jonge kinderen (tot 6 jaar). De norm is op basis van dit advies en het beleid van de provincie naar beneden bijgesteld naar 370 mg/kg ds voor woonlocaties. Voor hergebruik van grond op woonlocaties is de norm ook bijgesteld van 210 mg/kg ds naar 90 mg/kg ds. Deze waarde sluit ook aan bij het advies van provincie. 370 mg/kg ds is ook ongeveer de norm die gemeente Rotterdam hanteert bij bouwen. Geldt dit voor lood boven de 25 kuub? Ja. Vragen bij dia over impact regels Opvallend dat niet wordt uitgegaan van de eigen bodemkwaliteitskaart voor de kwaliteit van een toe te passen partij grond en dat de kwaliteit tenminste ook door een bodemonderzoek moet worden aangetoond. De bodemkwaliteitskaart geeft per gebied een gemiddelde aan. Omdat het een gemiddelde is, zal een deel vuiler zijn en een deel schoner. Om die reden is een verkennend onderzoek verplicht om de daadwerkelijke kwaliteit te bevestigen. Hiermee verdwijnt toch het toepassen van bodemkwaliteitskaart? Hij wordt wel gebruikt, maar aanvullend. Voor het bewijs van de kwaliteit van een toe te passen partij grond is naast de bodemkwaliteitskaart ook tenminste een bodemonderzoek verplicht. Als kwaliteitsbewijs van de ontvangende bodem blijft de kaart wel geldig/van toepassing (zonder aanvullend onderzoek).

Kunnen er per gemeente straks toch verschillen ontstaan bij vaststelling van de omgevingsplannen door verschillende binnengekomen zienswijzen? Als we een zienswijze in één gemeente krijgen, dan bekijken we regionaal of we deze overnemen. Onze inzet is om te komen tot één set gelijke bodemregels in de omgevingsplannen van de 10 gemeenten in Zuid-Holland Zuid. Nagestuurd vragen over de mail In paragraaf 2.4 van de handreiking (pagina 10) wordt vermeld dat bij sommige gevallen 4 activiteiten moeten worden gemeld in het kader van de MBA graven, namelijk: meldings- en informatieplicht voor het Rijk en meldings- en informatieplicht bij de Gemeente. Nu hebben we enkel de meldings- en informatieplicht aan voor het rijk. In welke gevallen dienen we ook melding te doen bij de Gemeente? In alle gevallen dat die beschikbaar is in het omgevingsloket. Alleen bij de activiteit Opslaan van grond of baggerspecie is de extra informatieplicht niet altijd van toepassing (alleen van toepassing bij vaststellen eindsituatie na opslag). En geldt dit ook bij tijdelijke uitname van de grond (>25 m3, >I)? Ja, alleen is de termijn van melding/informatieplicht dan een week. In paragraaf 6.1 van de handreiking wordt beschreven dat in de lokale regels van de 10 gemeenten PFOA >INEV beschouwd dient te worden als interventiewaarde overschrijding bodemkwaliteit en daardoor ook onder graven >I valt.

Voor onze opdrachtgever voeren wij veel bodemonderzoek uit binnen OZHZ gebied. Dient in deze bodemonderzoeken vanaf in werking treding van de nieuwe bodemregels ook altijd PFAS te worden onderzocht? Over onderzoek hebben wij geen lokale regels. Over het algemeen moet een stof worden onderzocht als de locatie hierop verdacht is, dit volgt uit de onderzoeksprotocollen (zoals NEN5740 bijvoorbeeld). Je kunt PFAS net zo zien als bijvoorbeeld asbest of een andere stof die niet in het standaard NENpakket zit. We hebben hierover meer vragen gehad, zie hierboven. Indien PFAS niet is onderzocht en we bijvoorbeeld wel een melding en informatiemelding hebben gedaan voor tijdelijke uitname van Stedin met lood >I van >25 m3, wordt deze melding dan afgekeurd? Alleen als het onderzoek niet voldoet aan de regels over voorafgaand bodemonderzoek in het Besluit activiteiten leefomgeving paragraaf 5.2.2.

12

In artikel 11.32 van de conceptregels Bodem wordt vermeld dat in verband met risico’s bij het graven in de bodem tenminste 4 weken voor het begin van de activiteit extra gegevens en bescheiden bij het bevoegd gezag moeten worden verstrekt. Geldt dit ook voor een tijdelijke uitname van de grond? Normaliter (in de rijksregels) betreft dit één week van tevoren. Zie het antwoord hierboven (tijdelijke uitname grond > 25 m3 > I).

13

Bijlage 2 Verslag van de vooroverlegreacties op de bodemregels 25 november 2024 1. Overzicht reacties Geen reactie ontvangen van: • Prorail • Gasunie • Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Reactie ontvangen van: • TenneT • Provincie Zuid-Holland • Waterschap Rivierenland • Waterschap Hollandse Delta • Evides • Oasen Overleg mee voeren n.a.v. reactie: • Waterschap Rivierenland • Waterschap Hollandse Delta • Oasen & Evides 2. Beantwoording Hierna volgen de binnengekomen reacties van eerdergenoemde partijen en de beantwoording hierop. Duidelijk wordt of het voorstel voor bodemregels is aangepast naar aanleiding van de binnengekomen reactie. 1. Rijkswaterstaat Reactie Hartelijk dank voor het toesturen van het concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio Zuid-Holland Zuid. Kijkend naar de belangen van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, zie ik geen aanleiding voor een reactie op dit plan. Rijkswaterstaat blijft in de toekomst graag op de hoogte van ruimtelijke plannen in uw gemeente die een relatie hebben met het hoofd(vaar)wegennet en hoofdwatersysteem. Antwoord Niet nodig

2. TenneT Reactie Onderstaand vindt u onze reactie met betrekking tot het plan. Uitvoeren van werken en/of werkzaamheden In de concept Handreiking omgevingsplanregels voor het thema bodemkwaliteit van de regio ZuidHolland Zuid staat onder meer opgenomen dat geen informatieplicht is bij kleinschalig graven (paragraaf 6.3). De werkzaamheden hoeven niet meer gemeld te worden wanneer sprake is van graven in een bodemvolume kleiner dan 25 m3 en in een bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde.

14

Echter, deze kleine graafwerkzaamheden kunnen mogelijk in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding of andere hoogspanningsinfrastructuur plaatsvinden. TenneT wil graag deze plannen toetsen om vast te stellen of de ontwikkelingen geen aantasting veroorzaken aan de veiligheid en leveringszekerheid van deze hoogspanningsverbindingen. Wij verzoeken u daarom in de nota op te nemen dat: 1. Bij de uitvoering van werken en of werkzaamheden in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding veiligheidsvoorwaarden aangevraagd moeten worden bij toestemming@tennet.eu. 2. Zonder deze zogenaamde Toestemming de werken en/of werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd. Succes met het afronden van de regeling. Dank ook voor de mogelijkheid om input te leveren middels een vooroverlegreactie. Als het lukt dat ontvangen wij graag op voorhand een informele terugkoppeling voordat het ontwerp ter inzage ligt. Antwoord Via een andere activiteit, namelijk activiteiten of het uitvoeren van graafwerkzaamheden nabij een hoogspanningsverbinding, zal worden gezorgd dat er een vergunningplicht dan wel meldplicht gaat gelden en geborgd wordt dat TenneT de plannen kan toetsen. Dit betreft de voormalige aanlegvergunning in bestemmingsplannen en deze aanlegvergunning geldt momenteel nog steeds via het tijdelijk omgevingsplan.

Dit voorstel voor bodemregels is niet van toepassing op activiteiten ter bescherming van de hoogspanningsverbinding en heeft dus geen betrekking op deze aanlegvergunning. Wat hier wordt geschrapt is namelijk de melding – toetsing – vanuit de bodemkwaliteit (milieu), dus de vraag of de grond vervuild is en wat gevolgen zijn indien de grond vervuild is.

3. Evides Reactie Document: Voorstel beleid hergebruik PFAS houdende grond ZHZ - technische versie voor markt v8.1 1) Figuur 1: Toepassingskaart PFAS houdende grond Zuid-Holland Zuid à De op deze kaart weergegeven ‘grondwaterbeschermingsgebieden’ zijn niet hetgeen normaliter onder grondwaterbeschermingsgebieden wordt verstaan (en ook niet wat in het landelijk toetsingskader wordt verstaan). In dit document is het een combinatie van waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, boringsvrije zones en gebieden voor aanvullende strategische voorraad. Dat is verwarrend en maakt onduidelijk, en juridische mogelijk discustabel welke maximale waarden voor hergebruik gelden. Goed om dit te verduidelijken. 2) Tabel 2: Grond Zone B – lokaal beleid à Waarom niet expliciet opgenomen welke maximale waardes gelden in grondwaterbeschermingsgebieden? Nu alleen opgenomen dat er geen maatwerk mogelijk is. Prima om aan te geven dat maatwerk niet mogelijk is, maar ook waardes uit landelijk beleid opnemen, namelijk gebiedskwaliteit en wanneer niet bekend 0,1 ug/kg ds per individuele PFAS

15

3) Alle Tabellen: “overige PFAS” à Welke worden hiermee bedoeld? Op welke PFAS-parameters moet worden geanalyseerd? Welk analysepakket? Is er een partijkeuring volgens een specifieke methode vereist? 4) Algemeen: Hoe wordt toezicht en handhaving geborgd in de procedure van het maatwerkbesluit? Document: Regio Omgevingsplanregels Bodem sept 2024 5) Waarom matcht Tabel 11.14.1: afwijkende kwaliteitseisen zone B uit omgevingsplanregels niet met het bovenste deel van Tabel 2: Grond Zone B – lokaal beleid uit de technische versie voor de markt? Daar staat namelijk ook nog een categorie wonen, industrie, infra, gbt in 6) Op pagina 15 staat: “In grondwaterbeschermingsgebieden gelden ook eisen vanuit de provinciale omgevingsverordening. Op dit moment voldoen de eisen ook aan de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.” à Wat wordt hiermee bedoeld? Wat voor eisen? + klinkt alsof de provinciale omgevingsverordening iets anders is dan de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. 7) Waarom staat in de omgevingsplanregels bij afwijkende kwaliteitseisen niet expliciet welke maximale waardes gelden in grondwaterbeschermingsgebieden? Of op zijn minst expliciet dat het landelijk beleid uit het toepassingskader voor grondwaterbeschermingsgebieden van toepassing is, ook in zone B.

8) Artikel 11.30 à Waar komt de 0,06 mg/kg ds vandaan? Bij de uitleg wordt verwezen naar de INEVs maar die zijn toch verschillend voor ecologie en humaan? 9) Artikel 11.37 Maatwerkregel saneringsaanpak à Welke terugsaneerwaardes gelden in grondwaterbeschermingsgebieden? Expliciet maken. Antwoord 1) Wij sluiten met de term aan bij de aanwijzing in artikel 2.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV 2024). Hierin staat dat de grondwaterbeschermingsgebieden onderverdeeld zijn in: a. waterwingebieden; b. grondwaterbeschermingszones; c. boringsvrije zones; en d. gebieden voor aanvullende strategische voorraden. De geometrische begrenzingen van de grondwaterbeschermingsgebieden staan opgenomen in figuur 1. Provincie Zuid-Holland heeft zelf regels gesteld in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening aangaande het toepassen van grond- en baggerspecie en de grondwaterbeschermingsgebieden ter bescherming van de drinkwaterwinning (zie § 3.3.6 Grond en baggerspecie, Artikel 3.41.). Het is inderdaad verwarrend en onduidelijk dat in het landelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie december 2021) een andere norm en uitleg staat. Mogelijk omdat het niet meer up-to-date is. 2) De gemeente stelt geen normen in grondwaterbeschermingsgebieden. Dit is de bevoegdheid van de provincie.

De normen die in tabel B zijn opgenomen voldoen ook aan het provinciale beleid,

16

daarom zijn deze normen niet opgenomen. Als wordt voldaan aan gemeentelijk beleid, dan wordt ook voldaan aan het provinciale beleid. Ons maatwerkbeleid gaat enkel over PFOA. Onze lokale normen betreffen enkel PFOA en PFOS. Voor de overige PFAS- stoffen is het provinciale en landelijke beleid geldig. Dit is niet opgenomen in de tabel. Het was niet de bedoeling om een allesomvattende tabel te maken, alleen om het lokale beleid duidelijk te maken. Ik zal dit intern nog eens bespreken of we dit alsnog willen doen in de definitieve versie van dit stuk. 3) Overige PFAS zijn alle PFAS exclusief geen PFOA en PFOS. Voor PFOA en PFOS is lokaal beleid. Overige niet. Analysepakket volgt uit onderzoeksprotocollen en landelijke regels (Besluit bodemkwaliteit en landelijke handelingskader). Er is geen lokaal beleid voor onderzoek of onderzoeksmethoden. Over het algemeen moet altijd PFAS geanalyseerd worden bij een partijkeuring (alle grond is hierop verdacht). 4) Bij melding van een partij grond en aanvraag van maatwerkvoorschriften wordt de melding beoordeeld, het maatwerk afgewogen en een maatwerkbesluit opgesteld door een vergunningverlener. Vervolgens kan de grond worden toegepast. Onze omgevingsdienst is door al haar gemeenten gemandateerd om toezicht- en handhavingstaken uit te voeren voor zowel meldingen van toepassen van grond/baggerspecie als de maatwerkbesluiten.

5) In het omgevingsplan staan alleen de normen die afwijken van het landelijke beleid. In tabel 2 staan ook landelijke normen weergegeven zodat een algemeen totaalplaatje ontstaat voor hergebruik van PFAS-houdende grond. Je kunt het dan makkelijker vergelijke met tabel 1; de landelijke normen. 6) Deze fout is hersteld. Het beleid is opgesteld toen de provinciale milieuverordening Zuid-Holland (2021) van kracht was. Sinds 2024 is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening van kracht. Het lokale beleid voldoet aan beide. Dus bij opvolging van het lokale beleid overtreed je geen provinciale regels. 7) In het omgevingsplan staan gemeentelijke regels. Er staan daarom geen landelijke of provinciale regels in. Provinciale regels en landelijke regels zijn naast de lokale regels ook geldig. Het is niet werkbaar voor lagere overheden om alle regels van hogere overheden te herhalen. Als er dan een wijziging optreedt dan zou zij steeds genoodzaakt zijn al haar regels aan te passen. 8) De INEV wordt vastgesteld op basis van de gezondheidskundige en de ecologische risicogrenswaarden. Hierbij is de laagste waarde van hetzij het ecologisch risico, dan wel gezondheidskundige risico bepalend voor de uiteindelijke waarde. Voor PFOS, PFOA en GenX zijn de humane risicogrenzen bepalend. In tegenstelling tot de INEV’s uit 2020, die nog bepaald werden door de ecologische risicogrenzen.

Zie ook memo "Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX" (RIVM 20 juli 2021). 9)

17

De provincie heeft voor bodemsanering geen normen vastgesteld voor grondwaterbeschermingsgebieden. Deze zijn derhalve niet anders dan de lokale en landelijke normen. Voor lood en PFOA hebben wij lokale normen vastgesteld. Voor overige stoffen en of bij niet genoemde gebruiksfuncties gelden de landelijke normen. Deze komen overeen met de kwaliteitsklasse die hoort bij de gebruiksfunctie van een locatie.

4. Oasen Reactie Op 21 oktober jl. heeft Oasen uw e-mail ontvangen inzake de concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio Zuid-Holland Zuid. We zien het als een goede basis om als drinkwaterbedrijf te worden betrokken in de ontwikkeling van nieuw beleid op basis van de gewijzigde wet- en regelgeving sinds het in werking treden van de Omgevingswet. Graag willen wij op dit concept reageren, middels deze e-mail. Drinkwaterbedrijf Oasen Drinkwaterbedrijf Oasen heeft als kernwaarden om onberispelijk drinkwater met grote leveringszekerheid en klanttevredenheid te leveren voor nu en in de toekomst. Onze infrastructuur (drinkwaterleidingen, als productie- en distributielocaties) en de bronnen voor drinkwater liggen binnen ons voorzieningsgebied over een aantal gemeenten in de provincies Zuid-Holland en Utrecht verspreid. Drinkwater is een primaire basisbehoefte en is in Nederland van topkwaliteit, dit komt onder meer door de zeer goede drinkwaterzuivering en infrastructuur. Daarom vragen wij aandacht aan de gemeenten binnen hun omgevingsprogramma’s voor de bescherming van de grondwaterwinningen en de infrastructuur van Oasen. Taken drinkwaterbedrijf Als drinkwaterbedrijf zijn we op verschillende manieren belanghebbende bij de bodemkwaliteit en de waterkwaliteit in ons gebied.

Enerzijds bevinden verschillende van onze grondwaterwingebieden voor drinkwaterbereiding zich in het plangebied. Anderzijds behoort een deel van het plangebied tot ons voorzieningsgebied, waarbinnen de drinkwaterinfrastructuur veelal ondergronds is aangelegd. Voor beide aspecten is dit concept van groot belang voor de drinkwaterproductie en -distributie. Bescherming bronnen voor drinkwater Voor de bescherming van de bronnen voor drinkwater is het van belang dat er zo min mogelijk vervuilende stoffen en micro-organismen in het grondwater terecht kunnen komen. Daarom zijn er door de provincies grondwaterbeschermingsgebieden aangewezen waar specifieke regels gelden om de huidige grondwaterwinningen te beschermen. Gevolgen voor grondwater t.b.v. drinkwaterwinning De bescherming van huidige bronnen waar wij grondwater onttrekken en de zoekgebieden voor nieuwe winlocaties heeft een hoge prioriteit. We vinden het dan ook belangrijk dat de planwijziging vanuit gezondheidsoogpunt rekening houdt met de grondwaterbeschermingsgebieden. Tegelijkertijd zien we dat de bodemkwaliteit in deze regio o.a. voor wat betreft PFAS en aanverwante zeer zorgwekkende stoffen slechter is dan in veel andere delen van Nederland. In die zin waarderen we de aanpak van dit onderwerp en het aanscherpen van de regelgeving ten opzichte van die van 2018.

De mobiliteit van deze stoffen, wanneer deze in het grondwater belanden, baart ons wel zorgen, waar licht vervuilde grond op zwaarder vervuilde grond mag worden aangebracht. Wij constateren

18

dat hierdoor de totale hoeveelheid PFAS in een gebied toeneemt, terwijl het risico bestaat dat deze stoffen vanwege hun karakter op termijn toch uit zullen spoelen naar diepere bodemlagen. Bodemenergiesystemen en geothermie Als gevolg van de energietransitie wordt het drukker in de ondergrond door de opkomst van onder andere open en gesloten bodemenergiesystemen en geothermie. Van deze systemen is het soms nog onduidelijk wat ze op lange termijn voor invloed hebben op de grondwaterkwaliteit. Omdat de gemeenten bevoegd gezag zijn voor de gesloten bodemenergiesystemen, vragen wij terughoudend te zijn met de aanleg van bodemenergiesystemen nabij grondwaterwinningen. Ook zijn er risico’s van de energietransitie voor onze infrastructuur, met betrekking tot opwarming van de leidingen en het drinkwater. Wij vragen de gemeenten om bij het toepassen van een warmtenet rekening te houden met de ligging van de drinkwaterleidingen. Warmtenetten dienen zo ver mogelijk van de waterleidingen vandaan te blijven of, indien het niet anders kan, dient er te worden aangetoond dat de opwarming van de ondergrond beperkt blijft.

Vanuit Oasen vragen wij daarom aan de regio Zuid-Holland Zuid, ten behoeve van de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening, deze belangen mee te wegen in de concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio Zuid-Holland Zuid, zodat wij aan onze kernwaarden kunnen blijven voldoen. Gevolgen voor de ondergrondse drinkwaterinfrastructuur Door de nieuwe regels zoals in het concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio ZuidHolland Zuid zijn uitgewerkt voorzien wij een belangrijke verzwaring van de regelgeving voor de drinkwaterinfrastructuur. Zowel op het gebied van beheer en onderhoud als op het gebied van nieuwe aanleg voorzien wij een belangrijke toename van de onderzoeks- en rapportageverplichtingen bij vergunningaanvragen of onderhouds- en beheeractiviteiten. Uiteraard zijn we overtuigd van het belang van een adequate uitvoering van de zorg voor de bodemkwaliteit. Tegelijkertijd zien we de effecten van een uitgebreidere onderzoeks-, informatie- en meldings- en vergunningplicht met enige zorg tegemoet, als we kijken naar het nu al overbelaste systeem. Graag gaan we het gesprek aan, wellicht samen met ons collega-drinkwaterbedrijf Evides, om de praktische gevolgen van deze beleidswijziging werkbaar te maken en te houden. Antwoord Gevolgen voor grondwater t.b.v.

drinkwaterwinning Ons beleid ten aanzien van PFOA gaat er vanuit dat grondverzet plaats mag vinden binnen de zone die diffuus verontreinigd is met PFOA. De grond is afkomstig uit deze zone en mag worden toegepast binnen deze zone. Er is daarmee geen toename van de totale hoeveelheid PFOA. De stof is inderdaad mobiel en kan uitspoelen. Op perceelniveau kan dit invloed hebben. Op gebiedsniveau niet. Overigens is in de polder sprake van een kwelsituatie. Dit betekent dat ook als PFOA vanuit de bodem uitspoelt naar het grondwater, dit afvloeit naar het oppervlaktewater en uiteindelijk in de rivier terecht komt. De bodem in de polder heeft daarmee weinig tot geen invloed op de kwaliteit van het ruwwater dat voor het drinkwater uit diepere bodemlagen (eerste tot derde/vierde/vijfde watervoerend pakket; 15 – 200 m-mv) wordt opgepompt. Bodemenergiesystemen en geothermie De omgevingsplanwijziging betreft enkel het thema bodemkwaliteit en gaat niet in op de bodemenergiesystemen of warmte in de ondergrond. Met deze wijziging worden onderwerpen ten aanzien van bodemenergiesystemen nog niet geregeld, dit volgt wel in de toekomst. In de praktijk

19

zijn er als het goed is al regels die zorgen dat bodemenergiesystemen niet zomaar komen in waterwingebieden. Daarnaast is er in de praktijk altijd nauwe afstemming en coördinatie (gemeentelijke taak) tussen organisaties en bedrijven bij het aanleggen van kabels en leidingen. In de toekomst zal rekening worden gehouden met dit aspect en indien nodig wordt in overleg gegaan met deze partij over hun belangen ten aanzien van bodemenergiesystemen nabij waterwingebieden. Gevolgen voor de ondergrondse drinkwaterinfrastructuur Ten aanzien van dit punt gaan wij in overleg met Oasen en Evides. Daarin kunnen we nader in gesprek gaan over mogelijke knelpunten en mogelijke toename van onderzoeks- en rapportageverplichtingen bij vergunningaanvragen of onderhouds- en beheeractiviteiten. Het belang van het doorvoeren van het aanleveren van extra gegevens bij informatie- en meldplichten en het instellen van extra vergunningplichten is met het oog op het maken van een zorgvuldige en complete beoordeling als bevoegd gezag met als doel om milieuschade te voorkomen. Ons belang is een zorgvuldige toepassing.

5. Waterschap Rivierenland Reactie Gereageerd door middel van opmerkingen en vragen in de tekst van de toegestuurde stukken. Antwoord De opmerkingen en vragen zijn beantwoord en waar nodig verwerkt. We zijn in overleg met deze partij.

6. Waterschap Hollandse Delta Reactie Gereageerd door middel van opmerkingen en vragen in de tekst van de toegestuurde stukken. Antwoord De opmerkingen en vragen zijn beantwoord en waar nodig verwerkt. Er wordt nader overleg gevoerd met deze partij. Daarin zullen de vragen over lastenverzwaring en de normen ten aanzien van chloride worden besproken.

7. Provincie Zuid-Holland Reactie Inhoudelijk In hoofdzaak zien we dat in het omgevingsplan invulling is gegeven aan de instructieregels. 1) We missen nog wel de invulling van artikel 7.39d (lozen van grondwater op of in de bodem) van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). 2) Wellicht ten overvloede, Provinciale Staten hebben voorbeschermingsregels vastgesteld in het Voorbereidingsbesluit Wijziging ZHOV 2022 grondwaterkwaliteit d.d. 5 november 2022. We zien de voorbeschermingsregels soms terugkomen in de regels van het omgevingsplan. De vraag is hoe

20

de gemeente invulling geeft aan de voorbeschermingsregels. Handhaaft de gemeente deze of is ze van plan deze op een later moment te integreren in het omgevingsplan. 3) Tekstueel Art 11.65 Voorstel om in artikel 11.65, eerste lid, aan het einde van de zin na “grondwater” toe te voegen “als bedoeld onder 7.30 van de ZHOV”. Nu zit dat alleen in de uitleg van dit artikel en heeft het geen status. 4) Art 11.66, lid 3, onder 2. Daarin wordt verwezen naar artikel 3.141d. Dat moet zijn 3.141e. 5) Art 11.67 Daarnaast moet er in artikel 11.67, tweede lid, nog de woorden “aanhef, onder b” worden toegevoegd. Het tweede lid van dat artikel komt dan als volgt te luiden: “Het eerste lid, aanhef, onder b, is niet van toepassing indien sprake is … aanwijsbaar is”. 6) Art 11.69 lid 3 De vierweeks termijn voor aanlevering ontbreekt in het artikel, maar komt wel terug in de toelichting. Antwoord 1) Dit betreft een wateractiviteit en geen bodemactiviteit, daarom is deze nog niet meegenomen. 2) Naar ons weten zijn de voorbeschermingsregels uit het Voorbereidingsbesluit Wijziging ZHOV 2022 grondwaterkwaliteit opgevolgd (lees ook overgenomen) in dit voorstel voor omgevingsplanregels voor bodem. Dan gaat het over de voorbeschermingsregels voor bouwen van een grondwatergevoelig gebouw, saneren en historische bodemverontreiniging. Dat zijn niet de wateractiviteiten (lozen ed.).

Wij zijn ons ervan bewust dat de voorbeschermingsregels voor de wateractiviteiten formeel binnen de 1,5 jaar looptijd van het voorbereidingsbesluit in de omgevingsplannen moeten zijn vastgesteld. 3) Dit is aangepast in de regels. 4) Dit is aangepast. 5) Dit is aangepast. 6) Dit passen we aan. Het artikel heeft daardoor een andere opbouw gekregen, namelijk als volgt: Artikel 11.68 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning en informatieplicht bouwen van een grondwatergevoelig gebouw

21

1. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in artikel 11.65 [voorafgaand grondwateronderzoek], verstrekt. 2. De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML. 3. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: i. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; ii. de resultaten van het voorafgaand bodemonderzoek bedoeld in het eerste lid; iii. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht; iv. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en v. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; b.

indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in artikel 11.67 (sanerende maatregelen), eerste lid, wordt verricht; en indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht.

22

Bijlage 2 Verslag van de vooroverlegreacties op de bodemregels 25 november 2024 1. Overzicht reacties Geen reactie ontvangen van: • Prorail • Gasunie • Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Reactie ontvangen van: • TenneT • Provincie Zuid-Holland • Waterschap Rivierenland • Waterschap Hollandse Delta • Evides • Oasen Overleg mee voeren n.a.v. reactie: • Waterschap Rivierenland • Waterschap Hollandse Delta • Oasen & Evides 2. Beantwoording Hierna volgen de binnengekomen reacties van eerdergenoemde partijen en de beantwoording hierop. Duidelijk wordt of het voorstel voor bodemregels is aangepast naar aanleiding van de binnengekomen reactie. 1. Rijkswaterstaat Reactie Hartelijk dank voor het toesturen van het concept omgevingsplanwijziging bodemkwaliteit regio Zuid-Holland Zuid. Kijkend naar de belangen van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, zie ik geen aanleiding voor een reactie op dit plan. Rijkswaterstaat blijft in de toekomst graag op de hoogte van ruimtelijke plannen in uw gemeente die een relatie hebben met het hoofd(vaar)wegennet en hoofdwatersysteem. Antwoord Niet nodig

2. TenneT 23

Reactie Onderstaand vindt u onze reactie met betrekking tot het plan. Uitvoeren van werken en/of werkzaamheden In de concept Handreiking omgevingsplanregels voor het thema bodemkwaliteit van de regio Zuid-Holland Zuid staat onder meer opgenomen dat geen informatieplicht is bij kleinschalig graven (paragraaf 6.3). De werkzaamheden hoeven niet meer gemeld te worden wanneer sprake is van graven in een bodemvolume kleiner dan 25 m3 en in een bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde. Echter, deze kleine graafwerkzaamheden kunnen mogelijk in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding of andere hoogspanningsinfrastructuur plaatsvinden. TenneT wil graag deze plannen toetsen om vast te stellen of de ontwikkelingen geen aantasting veroorzaken aan de veiligheid en leveringszekerheid van deze hoogspanningsverbindingen. Wij verzoeken u daarom in de nota op te nemen dat: 1. Bij de uitvoering van werken en of werkzaamheden in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding veiligheidsvoorwaarden aangevraagd moeten worden bij toestemming@tennet.eu. 2. Zonder deze zogenaamde Toestemming de werken en/of werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd. Succes met het afronden van de regeling. Dank ook voor de mogelijkheid om input te leveren middels een vooroverlegreactie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/774/documents/16578