Definitieve business case invulling geven aan reablement 16-9
Tekst van het document
Business case reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo Inhoud 1. Inleiding...................................................................................................3 Leeswijzer.................................................................................................5 2. Algemene kanttekeningen.......................................................................6 2.1 Voornemen om huishoudelijke ondersteuning af te schaffen per 1 januari 2028..............................................................................................6 2.2 Financiële effecten en toelichting.......................................................6 3. Maatschappelijke impact..........................................................................7 4. Inzet ergotherapeut.................................................................................8 4.1 Impact op organisatie en processen...................................................8 4.2 Impact op dienstverlening..................................................................9 4.3 Financiële toelichting..........................................................................9 4.4 Kanttekeningen.................................................................................11 5.
Inzet huishoudcoach..............................................................................12 5.1 Impact op organisatie en processen.................................................12 5.2 Impact op dienstverlening................................................................13 5.3 Financiële toelichting........................................................................13 5.4 Kanttekeningen.................................................................................15 6. Powerful Ageing.....................................................................................16 6.1 Impact op organisatie en processen.................................................17 6.2 Impact op dienstverlening................................................................17 6.3 Financiële toelichting........................................................................17 6.4 Kanttekeningen.................................................................................20 7. Conclusie................................................................................................20 8. Vervolg/proces.......................................................................................21 1. Inleiding De uitdagingen binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) nemen de komende jaren (verder) toe.
Door vergrijzing, toenemende zorgvraag en krapte op de arbeidsmarkt staat de houdbaarheid van maatwerkvoorzieningen, zoals huishoudelijke ondersteuning, onder druk. Tegelijkertijd groeit het inzicht dat traditionele vormen van ondersteuning – gericht op het overnemen van taken – niet altijd bijdragen aan het versterken van de zelfredzaamheid en eigen regie van inwoners. In dit licht ontstaat steeds meer aandacht voor het principe van reablement: een benadering die erop gericht is om mensen (opnieuw) in staat te stellen zoveel mogelijk zelfstandig te functioneren in het dagelijks leven. Voor de inzet van reablement zijn twee belangrijke argumenten aan te voeren. Allereerst geldt dat inzet van reablement gezondheidswinst met zich meebrengt. Door invulling te geven aan reablement wordt de eigen kracht van inwoners benut, waardoor de duurzame zelfredzaamheid wordt vergroot. Dit draagt bij aan het versterken van het vermogen om langer zelfstandig in de eigen ondersteuningsbehoefte te voorzien. Hiermee borduren we voort op de regionale visie sociaal domein Drechtsteden en het beleidsuitgangspunt ‘normaliseren’ zoals dit in de gemeentelijke visiedocumenten sociaal domein wordt genoemd. Daarnaast sluit reablement goed aan bij bredere maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen.
Landelijk wordt met het Integraal Zorgakkoord (IZA) ingezet op het toegankelijk, betaalbaar en toekomstbestendig houden van zorg en ondersteuning. Ook regionaal is deze beweging zichtbaar in de IZA-transformatieplannen, waarin samenwerking, preventie en het versterken van zelfredzaamheid centraal staan, onder het motto “Samen zorgen dat het kan”. De inzet van reablement binnen de Wmo past binnen deze ontwikkeling en draagt bij aan een verschuiving naar een meer duurzame en toekomstbestendige inrichting van ondersteuning, waarin inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven functioneren. Ten tweede brengt de invulling van reablement een besparingspotentieel met zich mee. In het kader van de taakstelling op bezuinigingen, is invulling geven aan reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning dan ook als ombuigingsvoorstel ingediend. Om reablement concreet vorm te geven binnen de huishoudelijke ondersteuning, worden in deze business case drie verschillende ‘smaken’ naar voren gebracht. Ten eerste kan de inzet van een ergotherapeut, zoals bijvoorbeeld de gemeente Vlissingen dat doet, vanuit specialistische expertise bijdragen aan het aanleren van praktische huishoudelijke vaardigheden en het aanpassen van de leefomgeving aan de mogelijkheden van de cliënt.
Ten tweede kan een huishoudcoach, naar voorbeeld van de gemeente Kerkrade, cliënten ondersteunen bij het ontwikkelen of herwinnen van huishoudelijke vaardigheden en het vergroten van hun zelfredzaamheid. Ten derde kan het programma Powerful Ageing, dat in diverse gemeenten in Nederland wordt ingezet, bijdragen aan het versterken van de fysieke fitheid en spierkracht van cliënten, waardoor hun vermogen om zelfstandig te functioneren wordt vergroot. Deze business case heeft tot doel om inzicht te geven in de meerwaarde, impact, financiële consequenties en kanttekeningen van deze drie benaderingen. Op basis hiervan kan een onderbouwd standpunt worden ingenomen met betrekking tot de inzet van reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning vanuit Wmo in de Drechtsteden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden algemene kanttekeningen geplaatst. Hierbij wordt ingegaan op de landelijke ontwikkelingen rondom de toekomst van huishoudelijke ondersteuning binnen de Wmo en de onzekerheid van de geschatte financiële effecten zoals weergegeven in deze business case. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de maatschappelijke impact van reablement. In hoofdstuk 4, 5 en 6 worden drie mogelijke invullingen van reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning uitgewerkt: de inzet van een ergotherapeut, de inzet van een huishoudcoach en het programma Powerful Ageing.
Per variant wordt ingegaan op de impact op organisatie en processen, de gevolgen voor de dienstverlening, de financiële effecten en de belangrijkste kanttekeningen. In hoofdstuk 7 worden de belangrijkste bevindingen samengevat en conclusies getrokken. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 het vervolg/proces beschreven. 2. Algemene kanttekeningen 2.1 Voornemen om huishoudelijke ondersteuning af te schaffen per 1 januari 2028 Bij de afweging over investeringen ten aanzien van reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning is van belang dat in het huidige regeerakkoord het voornemen is opgenomen om de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo per 1 januari 2029 te beëindigen voor inwoners die deze ondersteuning zelf kunnen organiseren of bekostigen. De toepassing van deze voorgenomen maatregel is op dit moment echter nog niet uitgewerkt en moet nog door de Eerste en Tweede Kamer. Hierbij is van belang dat er op 30 juni 2026 een belangrijk signaal is afgegeven door de Tweede Kamer over het voornemen van het minderheidskabinet om de huishoudelijke ondersteuning te schrappen uit de Wmo. Op deze datum is namelijk bijna kamerbreed (met 131 stemmen) een motie aangenomen waarin verzocht wordt om alternatieve maatregelen te onderzoeken voor het volledig schrappen van de huishoudelijke ondersteuning.
Gezien bovenstaande context bestaat er in zijn algemeenheid onzekerheid over de vraag of en in welke vorm huishoudelijke ondersteuning binnen het kader van de Wmo blijft bestaan. 2.2 Financiële effecten en toelichting De in deze business case opgenomen financiële effecten en bedragen dienen uitsluitend te worden beschouwd als een indicatieve en grofmazige inschatting. De berekeningen zijn gebaseerd op aannames, beschikbare inzichten en uitgangspunten op het moment van opstellen. Hierbij is sprake van verschillende onzekerheden die van invloed kunnen zijn op de uiteindelijke financiële uitkomsten. Gezien het voorgaande wordt er nadrukkelijk geen garantie gegeven ten aanzien van de realiseerbaarheid van de geschetste financiële effecten in deze business case. De opgenomen bedragen zijn slechts bedoeld om een orde van grootte weer te geven. De financiële toelichtingen zoals opgenomen in paragraaf 4.3, 5.3 en 6.3 dienen aldus te worden geïnterpreteerd als een richtinggevende indicatie en niet als een exact financieel kader of een definitieve raming. 3. Maatschappelijke impact De inzet van reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning heeft een duidelijke maatschappelijke impact. Inwoners verwachten vaak direct huishoudelijke ondersteuning, maar krijgen door de inzet van reablement eerst ondersteuning gericht op het vergroten van de eigen kracht.
Dit vraagt om een andere benadering, waarbij niet het overnemen van taken centraal staat, maar het ondersteunen bij het (her)winnen van vaardigheden en regie. Eerdere ervaringen, zoals met de inzet van Powerful Ageing, laten zien dat een dergelijke benadering in eerste instantie weerstand kan oproepen bij inwoners. Dit onderstreept het belang van zorgvuldige communicatie over de uitgangspunten en meerwaarde van deze werkwijze, evenals passende ondersteuning van inwoners bij de overgang naar deze aanpak. Het succes van reablement is immers in belangrijke mate afhankelijk van motivatie en bereidheid tot verandering. Bij (her)invoering van reablement is het daarom essentieel om aandacht te besteden aan heldere uitleg van het doel en de meerwaarde voor de inwoner, evenals aan een passende begeleiding gedurende het traject. 4. Inzet ergotherapeut Een mogelijke manier om invulling te geven aan reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning is de inzet van een ergotherapeut. In deze werkwijze wordt, na een melding voor huishoudelijke ondersteuning, een ergotherapeut ingezet om te onderzoeken in hoeverre beperkingen in het dagelijks functioneren van de inwoner (gedeeltelijk) kunnen worden opgelost door het benutten en versterken van de eigen kracht.
Door deze aanpak (her)ontwikkelen cliënten vaardigheden en krijgen zij praktische oplossingen aangereikt die hen in staat stellen om (delen van) het huishouden zelf uit te voeren. Dit leidt er in een deel van de gevallen toe dat inzet van huishoudelijke ondersteuning niet nodig is. In andere gevallen kan worden volstaan met een lichtere indicatie. 4.1 Impact op organisatie en processen Indien er invulling wordt gegeven aan reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning door inzet van een ergotherapeut verandert het indicatieproces. De Wmo-consulent beoordeelt uitsluitend de aanwezigheid en aard van beperkingen die het uitvoeren van huishoudelijke werkzaamheden belemmeren. Vervolgens wordt een ergotherapeut betrokken om te onderzoeken in hoeverre deze beperkingen kunnen worden gecompenseerd door inzet van de eigen kracht. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden om vaardigheden te ontwikkelen, dagelijkse routines aan te passen en praktische oplossingen of eenvoudige hulpmiddelen toe te passen. Deze werkwijze vraagt om een nauwe samenwerking tussen consulenten en ergotherapeuten en een aanpassing in het werkproces nadat er een melding wordt gedaan voor huishoudelijke ondersteuning. Het onderzoek van de ergotherapeut is dus onderdeel van de meldings- en onderzoeksfase in het toegangsproces van de Wmo.
Dit onderzoek moet binnen zes weken na de datum van de melding zijn afgerond. 4.2 Impact op dienstverlening De inzet van een ergotherapeut binnen het onderzoeksproces leidt tot een verandering in de manier waarop de dienstverlening aan inwoners wordt vormgegeven. Waar de ondersteuning nu gericht is op het overnemen van huishoudelijke taken, verschuift de focus naar het versterken van de zelfredzaamheid en het benutten van de eigen mogelijkheden van de inwoner. Deze verandering vraagt om een heldere afbakening van rollen en verantwoordelijkheden tussen de Wmo-consulent en de ergotherapeut. De consulent blijft verantwoordelijk voor de uiteindelijke besluitvorming, terwijl de ergotherapeut een inhoudelijke, verdiepende rol heeft in het in kaart brengen van de mogelijkheden binnen de eigen kracht en het dagelijks functioneren van de inwoner. Voor inwoners betekent dit een andere vorm van dienstverlening: zij worden actiever betrokken bij het vinden van oplossingen en krijgen ondersteuning die gericht is op duurzame zelfredzaamheid. Dit vraagt om duidelijke communicatie over het doel en de werkwijze, zodat verwachtingen goed worden gemanaged en inwoners zich gehoord en ondersteund blijven voelen in het proces.
4.3 Financiële toelichting Op basis van een geschatte instroom nieuwe cliënten en een gemiddeld tarief voor huishoudelijke ondersteuning en uitgaande van de resultaten van de gemeente Vlissingen, levert de inzet van een ergotherapeut de volgende effecten op:
Financieel effect inzet ergotherapeut Op basis van instroom nieuwe cliënten Verwachtte kostenreductie € 240.005,74 Benodigde investering € 426.550,00 Besparing eerste jaar (Drechtsteden breed) € - 186.544,26 Besparing tweede jaar (Drechtsteden breed) € 5.460,33 Zoals in paragraaf 2.2 reeds uiteengezet is, zijn de weergegeven bedragen nadrukkelijk indicatief en gebaseerd op aannames en onzekerheden. De weergegeven bedragen geven daarom geen garantie voor de uiteindelijke financiële uitkomsten. Bovenstaande tabel suggereert mogelijk een grotere nauwkeurigheid dan gerechtvaardigd is. Gezien het grove karakter van de inschatting hadden de bedragen net zo goed als afgeronde bedragen kunnen worden weergegeven. Hieronder wordt nader toegelicht hoe de geschatte besparing is opgebouwd en hoe bovenstaande bedragen tot stand zijn gekomen. Verwachtte kostenreductie € 240.005,74 Op basis van cijfers uit het verleden wordt er gerekend met een instroom van 449 nieuwe klanten per jaar voor huishoudelijke ondersteuning . De jaarlijkse kosten voor huishoudelijke ondersteuning voor deze groep bedragen in totaal € 960.022,96. Naar verwachting heeft 25% van de nieuwe klanten geen huishoudelijke ondersteuning meer nodig na inzet van een ergotherapeut. Dit leidt tot een kostenbesparing van € 240.005,74 per jaar (25% van 960.022,96).
Benodigde investering € 426.550,00 Bij het traject met een ergotherapeut wordt uitgegaan van een looptijd van vijf weken, waarbij de ergotherapeut twee uur per week wordt ingezet. Uitgaande van een uurtarief van € 100 bedragen de kosten per cliënt €1000 ((5 weken × 2 uur) × € 100,00). Verder wordt er rekening mee gehouden dat 95% van de nieuwe klanten het traject met de ergotherapeut wordt ingezet. Bij een verwachte instroom van 449 nieuwe klanten betreft dit circa 427 cliënten (95% van 449). De totale investeringskosten voor de inzet van de huishoudcoach komen daarmee uit op € 426.550,00 (426,55 vermenigvuldigd met 1000). Besparing eerste jaar € - 186.544,26 Wanneer de benodigde investering wordt afgezet tegen de verwachte kostenreductie, betekent dit in het eerste jaar een verlies van €186.544,26 . Dit bedrag is het resultaat van de verwachte kostenreductie van € 240.005,74 minus de benodigde investering € 426.550,00. Besparing tweede jaar € 5.460,33 Zoals hierboven reeds uiteengezet is, levert de inzet van ergotherapeut in het eerste jaar geen besparing op, maar een verlies van €186.544,26. De financiële effecten laten in het tweede jaar wel groene cijfers zien. De verwachting is dat 20% van de klanten die in het eerste jaar een traject met een ergotherapeut doorlopen hebben ook in het tweede jaar geen huishoudelijke ondersteuning nodig hebben.
De jaarlijkse kosten voor huishoudelijke ondersteuning voor nieuwe instroom cliënten bedragen in totaal € 960.022,96. De kostenreductie komt in het tweede jaar neer op € 192.004,59 (20% van 960.022,96). De totale kostenreductie na de eerste twee jaar komt daarmee op 432.010,33. Dit is het totaal van de kostenreductie in het eerste jaar (240.005,74) en het tweede jaar (192.004,59). Voor de verwachtte besparing wordt hiervan de investering in het eerste jaar (426.550,00) afgetrokken. Dit komt uit op een totaal van 5.460,33 na 2 jaar. 4.4 Kanttekeningen Bij de inzet van een ergotherapeut binnen de huishoudelijke ondersteuning is een belangrijke kanttekeningen te plaatsen. Dit heeft betrekking op de beschikbaarheid van ergotherapeuten binnen de regio. Door de toenemende vraag naar eerstelijnszorg en ondersteuning in het sociaal domein is er sprake van schaarste binnen deze beroepsgroep. Dit kan gevolgen hebben voor de uitvoerbaarheid, zoals langere wachttijden of beperkte opschalingsmogelijkheden bij bredere implementatie. 5. Inzet huishoudcoach Een andere vorm om invulling te geven aan reablement is de inzet van een huishoudcoach. De huishoudcoach begeleidt inwoners bij het (her)aanleren van huishoudelijke vaardigheden, waarbij gewerkt wordt volgens het principe ‘voordoen, samen doen, zelf doen’.
Deze stapsgewijze aanpak stimuleert inwoners om weer actief regie te nemen over hun eigen huishouden. Door deze vorm van begeleiding kunnen beperkingen in het verrichten van de huishoudelijke taken volledig of gedeeltelijk worden opgevangen met de inzet van eigen kracht. In de praktijk betekent dit dat inwoners (delen van) het huishouden weer zelfstandig kunnen uitvoeren. Dit kan ertoe leiden dat een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning in sommige gevallen niet nodig is, of dat kan worden volstaan met een lichtere indicatie. 5.1 Impact op organisatie en processen Indien er invulling wordt gegeven aan reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning door inzet van een huishoudcoach verandert het indicatieproces. De Wmo-consulent beoordeelt hierbij uitsluitend de aanwezigheid en aard van beperkingen die het uitvoeren van huishoudelijke werkzaamheden belemmeren. Vervolgens wordt een huishoudcoach ingezet om verdiepend onderzoek te doen naar de feitelijke beperkingen in het huishouden en de cliënt te ondersteunen in het (weer) uitvoeren van de huishoudelijke taken. Deze werkwijze vraagt om een nauwe samenwerking tussen consulenten en de huishoudcoach en een aanpassing in het werkproces nadat er een melding wordt gedaan voor huishoudelijke ondersteuning. Het onderzoek van de huishoudcoach is dus onderdeel van de meldings- en onderzoeksfase in het toegangsproces van de Wmo.
Dit onderzoek moet binnen zes weken na de datum van de melding zijn afgerond. 5.2 Impact op dienstverlening De inzet van een huishoudcoach binnen het onderzoeksproces leidt tot een verandering in de manier waarop de dienstverlening aan inwoners wordt vormgegeven. Waar de ondersteuning voorheen sneller gericht was op het overnemen van huishoudelijke taken, verschuift de focus naar het versterken van de zelfredzaamheid en het benutten van de eigen mogelijkheden van de inwoner. Deze verandering vraagt om een heldere afbakening van rollen en verantwoordelijkheden tussen de Wmo-consulent en de huishoudcoach. De consulent blijft verantwoordelijk voor de uiteindelijke besluitvorming, terwijl de huishoudcoach een inhoudelijke, verdiepende rol heeft bij het in kaart brengen van de mogelijkheden in het verrichten van de huishoudelijke taken. Voor inwoners betekent dit een andere ervaring van dienstverlening: zij worden actiever betrokken bij het vinden van oplossingen en krijgen ondersteuning die gericht is op duurzame zelfstandigheid. Tegelijkertijd vraagt dit om duidelijke communicatie over het doel en de werkwijze, zodat verwachtingen goed worden gemanaged en inwoners zich gehoord en ondersteund blijven voelen in het proces.
5.3 Financiële toelichting Op basis van een geschatte instroom nieuwe cliënten en een gemiddeld tarief voor huishoudelijke ondersteuning en uitgaande van de resultaten van de gemeente Kerkrade, levert de inzet van een huishoudcoach de volgende effecten op:
Financieel effect inzet huishoudcoach Op basis van instroom nieuwe cliënten Verwachtte kostenreductie € 182.404,36 Benodigde investering € 285.788,50 Besparing eerste jaar (Drechtsteden breed) € - 103.384,14 Besparing tweede jaar (Drechtsteden breed) €31.019,08 Zoals in paragraaf 2.2 reeds uiteengezet is, zijn de weergegeven bedragen nadrukkelijk indicatief en gebaseerd op aannames en onzekerheden. De weergegeven bedragen geven daarom geen garantie voor de uiteindelijke financiële uitkomsten. Bovenstaande tabel suggereert mogelijk een grotere nauwkeurigheid dan gerechtvaardigd is. Gezien het grove karakter van de inschatting hadden de bedragen net zo goed als afgeronde bedragen kunnen worden weergegeven. Hieronder wordt nader toegelicht hoe de geschatte besparing is opgebouwd en hoe bovenstaande bedragen tot stand zijn gekomen. Verwachtte kostenreductie €182.404,36 Op basis van cijfers uit het verleden wordt er gerekend met een instroom van 449 nieuwe klanten per jaar voor huishoudelijke ondersteuning . De jaarlijkse kosten voor huishoudelijke ondersteuning voor deze groep bedragen in totaal € 960.022,96. Naar verwachting heeft 19% van de nieuwe klanten geen huishoudelijke ondersteuning meer nodig na inzet van een huishoudcoach. Dit leidt tot een kostenreductie van € 182.404,36 per jaar (19% van 960.022,96).
Benodigde investering € 285.788,50 Bij het traject met de huishoudcoach wordt uitgegaan van een looptijd van vijf weken, waarbij de huishoudcoach twee uur per week wordt ingezet. Uitgaande van een uurtarief van € 67,00 bedragen de kosten per cliënt € 670,00 ((5 weken × 2 uur) × € 67,00). Verder wordt er rekening mee gehouden dat 95% van de nieuwe klanten het traject met de huishoudcoach wordt ingezet. Bij een verwachte instroom van 449 nieuwe klanten betreft dit circa 427 cliënten (95% van 449). De totale investeringskosten voor de inzet van de huishoudcoach komen daarmee uit op € 285.788,50 (426,55 vermenigvuldigd met 670). Besparing eerste jaar €-103.384,14 Wanneer de benodigde investering wordt afgezet tegen de verwachte kostenreductie, betekent dit in het eerste jaar een verlies van €103.384,14 . Dit bedrag is het resultaat van de verwachtte kostenreductie van € 182.404,36 minus de benodigde investering € 285.788,50. Besparing 2de jaar 31.019,08 Zoals hierboven reeds uiteengezet is, levert de inzet van huishoudcoach in het eerste jaar geen besparing op, maar een verlies van 103.384,14. De financiële effecten laten in het tweede jaar wel groene cijfers zien. De verwachting is dat 14% van de klanten die in het eerste jaar een traject met een huishoudcoach doorlopen hebben ook in het tweede jaar geen huishoudelijke ondersteuning nodig hebben.
De jaarlijkse kosten voor huishoudelijke ondersteuning voor nieuwe instroom cliënten bedragen in totaal € 960.022,96. De kostenreductie is in het tweede jaar € 134.403,21 (14% van 960.022,96). De totale kostenreductie na de eerste twee jaar komt daarmee op 316.807,57. Dit is het totaal van de kostenreductie in het eerste jaar (182.404,36) en het tweede jaar (134.403,21). Voor de verwachtte besparing wordt hiervan de investering in het eerste jaar (285.788,50) afgetrokken. Dit komt uit op een totaal van 31.019,07 na 2 jaar. 5.4 Kanttekeningen De inzet van huishoudcoaches vraagt om gerichte scholing bij de verschillende aanbieders. Deze professionals dienen opgeleid te worden in de nieuwe manier van werken, hetgeen tijd en capaciteit vraagt voordat het gewenste kwaliteitsniveau is bereikt. Daarnaast is sprake van meerdere aanbieders, ieder met hun eigen werkwijze en organisatievorm. Dit kan leiden tot verschillen in tempo en mate van implementatie. Een andere optie zou kunnen zijn om dit product afzonderlijk in de markt te zetten en hiervoor één of twee aanbieders te contracteren. Ook zou het een alternatief kunnen zijn dat de GR Sociaal zelf huishoudcoaches in dienst neemt als onderdeel van het indicatieproces. Tot slot kan de inzet van huishoudcoaches gevolgen hebben voor de huidige contractafspraken.
Het is aannemelijk dat contracten op onderdelen herzien of aangepast moeten worden om de nieuwe werkwijze goed te borgen en passend te financieren. Deze trajecten vergen zorgvuldige voorbereiding en kunnen invloed hebben op de doorlooptijd van de implementatie. 6. Powerful Ageing Een andere mogelijke invulling van reablement is Powerful Ageing: een beweegprogramma dat zich richt op het versterken van fysieke kracht, het verbeteren van mobiliteit en het vergroten van de zelfstandigheid van ouderen. Dit programma is een doelmatige Wmo-interventie, die zich richt op inwoners die al een (Wmo-)hulpvraag hebben en bij wie - na een intake - blijkt dat fysiek herstel mogelijk én zinvol is. In tegenstelling tot brede preventieprogramma's, focust ‘Krachtig Ouder Worden’ zich dus juist op herstel van explosief spiervermogen. Daarmee sluit het programma goed aan op Wmo-doelen, IZA-afspraken en de aanbevelingen uit het gepubliceerde landelijke rapport Houdbaarheid Wmo 2015. Denk hierbij aan het bieden van passende ondersteuning, kwaliteit van leven centraal stellen en zelfredzaamheid bevorderen. In mei 2024 zijn we in de Drechtsteden gestart met Powerful Ageing. Deze vorm van ondersteuning stuitte op veel politieke tegenstand en negatieve berichtgeving in de media. Ten gevolge daarvan werd besloten dat deelname aan Powerful Ageing een vrijwillig karakter kreeg.
Uiteindelijk is Powerful Ageing in april 2025 gestopt in de Drechtsteden, omdat deze alternatieve vorm, waarbij deelname vrijwillig was, in strijd was met de wetenschappelijk onderbouwde aanpak van HRC (het bedrijf achter Powerful Ageing). Door Powerful Ageing een nieuw leven in te blazen en binnen de huishoudelijke ondersteuning in te zetten, wordt de eigen kracht van inwoners versterkt. Hierdoor kan de noodzaak voor huishoudelijke ondersteuning afnemen of lichter worden. Dit leidt niet alleen tot een besparing, maar door de algehele fysieke verbetering van de inwoner ook tot aantoonbare gezondheidswinst op meerdere levensdomeinen. 6.1 Impact op organisatie en processen Er is al ervaring opgedaan met deze werkwijze, wat een goede basis biedt voor herinvoering. Herinvoering van Powerful Ageing vraagt wel om een aanpassing van het toegangsproces binnen de SDD. Op basis van vastgestelde exclusiecriteria beoordeelt de consulent of cliënten in aanmerking komen voor doorverwijzing naar Powerful Ageing. Dit betekent een verschuiving in verantwoordelijkheden en vraagt om duidelijke kaders, heldere werkafspraken en passende ondersteuning voor consulenten in de uitvoering. Het betekent mogelijk ook een kleinere doelgroep dan voorheen die wordt verwezen naar deze aanpak.
6.2 Impact op dienstverlening De dienstverlening verandert door de inzet van een gericht trainingsprogramma en het toetsen van trainbaarheid van cliënten. Dit kan door cliënten als intensief of belastend worden ervaren, omdat het een actieve inzet en gedragsverandering vraagt. Tegelijkertijd draagt de inzet van Powerful Ageing bij aan positieve gezondheid en participatie. Door het versterken van de fysieke kracht en mobiliteit worden cliënten beter in staat gesteld om zelfstandig te functioneren en actief deel te nemen aan het dagelijks leven. Hiermee verschuift de dienstverlening van voornamelijk compenserend naar meer activerend en preventief. 6.3 Financiële toelichting De inzet van Powerful Ageing brengt de volgende financiële effecten met zich mee: Financieel effect inzet Powerful Ageing Op basis van instroom nieuwe cliënten Verwachtte kostenreductie € 288.006,89 Benodigde investering € 212.691,30 Besparing eerste jaar (Drechtsteden breed) € 75.315,59 Besparing tweede jaar (Drechtsteden breed) € 247.971,33 Zoals in paragraaf 2.2 reeds uiteengezet is, zijn de weergegeven bedragen nadrukkelijk indicatief en gebaseerd op aannames en onzekerheden. De weergegeven bedragen geven daarom geen garantie voor de uiteindelijke financiële uitkomsten. Bovenstaande tabel suggereert mogelijk een grotere nauwkeurigheid dan gerechtvaardigd is.
Gezien het grove karakter van de inschatting hadden de bedragen net zo goed als afgeronde bedragen kunnen worden weergegeven. Hieronder wordt nader toegelicht hoe de geschatte besparing is opgebouwd en hoe bovenstaande bedragen tot stand zijn gekomen. Verwachte kostenreductie €288.006,89 Op basis van cijfers uit het verleden wordt er gerekend met een instroom van 449 nieuwe klanten per jaar voor huishoudelijke ondersteuning . De jaarlijkse kosten voor huishoudelijke ondersteuning voor deze groep bedragen in totaal € 960.022,96. Naar verwachting komt 30% van deze nieuwe klanten in aanmerking voor Powerful Ageing, waardoor zij geen indicatie voor huishoudelijke ondersteuning ontvangen. Dit leidt tot een kostenbesparing van € 288.006,89 per jaar (30% van 960.022,96).
Benodigde investering €212.691,30 Op basis van cijfers uit het verleden wordt er gerekend met een instroom van 449 nieuwe klanten per jaar voor huishoudelijke ondersteuning. Deze 449 nieuwe klanten doorlopen een intake voor Powerful Ageing. De kosten van een intake bedragen € 99,00 per klant, wat resulteert in totale intakekosten van € 44.451,00 per jaar. Verwacht wordt dat 30% van de nieuwe klanten het traject Powerful Ageing zal gaan volgen. Dit betreft ongeveer 135 klanten (449 × 30% = 134,7). De kosten van een interventie bedragen € 1.249,00 per klant. De totale kosten voor de trajecten Powerful Ageing komen daarmee uit op € 168.240,30 per jaar. De totale kosten voor het eerste jaar voor de intakegesprekken en trajecten Powerful Ageing samen bedragen daarmee € 212.691,30. Besparing eerste jaar €75.315,59 Wanneer de benodigde investering wordt afgezet tegen de verwachte kostenreductie, resteert in het eerste jaar een netto besparing van € 75.315,59. Dit bedrag is het resultaat van de verwachte kostenreductie van € 288.006,89 minus de kosten voor intake en interventies van € 212.691,30. Besparing tweede jaar €247.971,33 Zoals hierboven reeds uiteengezet is, levert de inzet van powerful ageing in het eerste jaar een besparing op van € 75.315,59. De financiële effecten breiden zich verder uit in het tweede jaar.
De verwachting is dat 25% van de klanten die in het eerste jaar gestart zijn met Powerful Ageing ook in het tweede jaar geen huishoudelijke ondersteuning nodig hebben. De jaarlijkse kosten voor huishoudelijke ondersteuning voor nieuwe instroom cliënten bedragen in totaal € 960.022,96. De kostenreductie is in het tweede jaar € 240.005,74 (25% van 960.022,96). Om de behaalde resultaten van Powerful Ageing duurzaam te borgen, wordt in het tweede jaar een borgingstraject ingezet. Het gaat hierbij om ongeveer 112 cliënten (25% van 449 klanten). De kosten van dit borgingstraject bedragen € 600 per cliënt, wat neerkomt op een totale investering van € 67.350,00. Vanwege het voorgaande komt de verwachtte besparing na het tweede jaar neer op €247.971,33. Dit is de uitkomst van de verwachte besparing in het eerste jaar (75.315,59) en de verwachtte kostenreductie in het tweede jaar (240.005,74) minus de kosten van het borgingstraject in het tweede jaar (67.350,00). Daarnaast reiken de effecten van Powerful Ageing mogelijk verder dan alleen de huishoudelijke ondersteuning. Door de brede focus op het versterken van de spierkracht kan de noodzaak van andere Wmo- voorzieningen worden voorkomen of uitgesteld. 6.4 Kanttekeningen Een belangrijke kanttekening bij de (her)invoering van Powerful Ageing is het aanwezige risico voor gebrek aan draagvlak.
In het verleden is de aanpak negatief in de media belicht, wat heeft geleid tot kritische beeldvorming. Deze voorgeschiedenis kan het draagvlak beïnvloeden en maakt dat er extra aandacht nodig is voor zorgvuldige communicatie. Transparantie over de doelstelling, werkwijze en beoogde effecten is essentieel, evenals het bieden van maatwerk en het serieus nemen van signalen van cliënten en medewerkers. Door helder te maken dat deelname passend en verantwoord wordt beoordeeld, kan vertrouwen worden (her)opgebouwd. 7. Conclusie In deze businesscase zijn drie verschillende vormen van reablement naar voren gebracht. De inzet van een ergotherapeut en een huishoudcoach betreffen varianten waar nog geen ervaring mee is opgedaan binnen de Drechtsteden. De implementatie van deze varianten vraagt daarom naar verwachting meer tijd. Bovendien is er een risico op haalbaarheid van deze varianten, omdat er voldoende ergotherapeuten beschikbaar moeten zijn of huishoudcoaches moeten worden geworven en opgeleid. Van de onderzochte varianten brengt Powerful Ageing zowel de grootste gezondheidswinst als de hoogste besparing met zich mee. Tegelijkertijd zal deze variant naar verwachting ook de grootste maatschappelijke impact hebben. Een zorgvuldige implementatie is daarom essentieel.
Hierbij is het belangrijk om helder te communiceren over het trainingsprogramma, de doelstelling ervan en de gehanteerde exclusiecriteria1, waarop consequent en zorgvuldig zal worden getoetst. Wanneer Powerful Ageing succesvol wordt ingebed in de bestaande processen, sluit deze aanpak bovendien goed aan bij de uitgangspunten van positieve gezondheid. Door te investeren in fysieke fitheid, zelfredzaamheid en eigen regie kan niet alleen de zorgvraag worden verminderd, maar ook het vermogen van inwoners worden versterkt om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen om te gaan. Daarmee biedt deze variant de grootste meerwaarde vanuit het perspectief van positieve gezondheid. 8. Vervolg/proces Om het bestuurlijk draagvlak te verkennen, worden allereerst beeldvormende raadsbijeenkomsten georganiseerd. Deze bijeenkomsten bieden de gelegenheid om met de gemeenteraden van de Drechtsteden gemeenten het gesprek te voeren over de invulling van reablement binnen de huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo, de mate waarin hiervoor draagvlak bestaat en welke van de voorliggende varianten de voorkeur geniet. Op basis van de uitkomsten van de raadsbijeenkomsten wordt één voorkeursvariant nader uitgewerkt. Vervolgens zal het een en ander ter bestuurlijke besluitvorming worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van de GR Sociaal.
1 Kenmerken of omstandigheden waardoor iemand niet in aanmerking komt voor deelname aan het trainingsprogramma. Het doel daarvan is om te bepalen of deelname veilig en zinvol is.